Opzetter
m. (-s), 1. die opzet: de opzetters der kegels ; de opzetters bij het maken van een dijk ; een opzetter van dieren; 2. het opstaande hout van een steiger; —sparhout waarop de panlatten bevestigd worden; — opstaande stijl door middel waarvan men een verhoging maakt; 3. (timm.) stalen plaat aan een dubbele beitel waartegen de houtkrul a...