Wat is de betekenis van opvijzelen?

2018
2021-08-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opvijzelen

opvijzelen - regelmatig werkwoord uitspraak: op-vij-ze-len 1. het met allerlei middelen beter maken ♢ hij heeft zijn conditie weer wat opgevijzeld Regelmatig werkwoord: op-vij-ze-len ik vijzel op (... ik opvijzel)...

Lees verder
1973
2021-08-03
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

opvijzelen

(vijzelde op, heeft opgevijzeld), 1. met vijzels opwinden, in de hoogte brengen; 2. (oneig.) overmatig prijzen, tot in de wolken verheffen: zij vijzelen alles erg op, wat hun familie betreft; (ook) uit een desolate toestand halen.

1952
2021-08-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Opvijzelen

v., opfizelje.

1950
2021-08-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Opvijzelen

(vijzelde op, heeft opgevijzeld), 1. met een of meer vijzels opwinden, in de hoogte brengen: 2. (oneig.) overmatig prijzen, tot in de wolken verheffen : zij vijzelen alles erg op, wat hun familie betreft; 3. met vijzels in een bep. richting schuiven, b.v. het van elkaar schuiven van balen in een scheepslading om meer ruimte te krijgen.

Lees verder
1919
2021-08-03
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Opvijzelen

ophemelen, bovenmate prijzen, eig. doormiddel van schroeven omhoog brengen, dus kunstmatig, met kunst en vliegwerk. Door toepassing van de schroefbeweging kan men namelijk met minder kracht, maar ook evenredig langzamer, een buitengewoon groot gewicht omhoogwerken. Dezelfde beeldspraak vindt men ook in opgeschroefd, voor overdreven. Vijzelen komt v...

Lees verder
1900
2021-08-03
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

opvijzelen

Het omhoogbrengen van een gebouw of gedeelte daarvan met behulp van vijzels.

1898
2021-08-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opvijzelen

Opvijzelen - (vijzelde op, heeft opgevijzeld), met vijzels opwinden; — (fig.) zeer prijzen, tot in de wolken verheffen : zij vijzelen alles erg op, wat hunne familie betreft. OPVIJZELING, v. (-en).

Lees verder