Wat is de betekenis van optuigen?

2018
2021-09-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

optuigen

optuigen - regelmatig werkwoord uitspraak: op-tui-gen 1. alles wat erop hoort, vastmaken ♢ ze hebben het schip opgetuigd 2. jezelf mooi aankleden en opmaken ♢ waarom heb je je zo mooi opgetuigd?...

Lees verder
1973
2021-09-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

optuigen

(tuigde op, heeft opgetuigd), 1. de verschillende delen van het tuig op hun plaats brengen: een schip -, alles aanbrengen en rangschikken wat tot de tuigage behoort; een kerstboom —, er de traditionele versiering in aanbrengen; 2. (een trekof rijdier) het tuig aanleggen: een paard —; 3. (personen) uitdossen (alleen in ongunstige zin):...

Lees verder
1971
2021-09-25
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Optuigen

Optuigen - 1. Het hijsen van de zeilen, nadat ze aangeslagen zijn. 2. Het aan boord brengen van de hele tuigage in het begin van het seizoen: mast en rondhouten, staand en lopend want en de zeilen en huiken; alles klaar maken om te gaan varen noemt men ook optuigen.

Lees verder
1952
2021-09-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Optuigen

v., optuge, -tugje; (van paard), opteamje.

1950
2021-09-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Optuigen

(tuigde op, heeft opgetuigd), 1. (scheepst.) de verschillende delen van het tuig op hun plaats brengen : een schip optuigen, alles aanbrengen en rangschikken, wat tot de tuigage behoort; 2. (van een trek- of rijdier) het tuig aanleggen: een paard optuigen; 3. (personen) uitdossen: wat hebben ze hem raar opgetuigd.

Lees verder
1898
2021-09-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Optuigen

Optuigen - (tuigde op, heeft opgetuigd), een schip optuigen, alles aanbrengen en rangschikken, wat tot de tuigage behoort; een paard optuigen, tuig aanleggen; (personen) uitdossen : wat hebben ze hem raar opgetuigd. OPTUIGING, v. (-en).