Wat is de betekenis van opsodemieter?

2020
2021-12-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

opsodemieter

1) (1901) (Barg.) harde klap of stoot (ook figuurlijk). Wellicht onder invloed van opdonder, met gedachte aan 'sodemieteren' (smijten, gooien, smakken). Syn.: opdonder*. • Zeg nou nog's rooie dief, as je 't lef heb, dan za'k je 'n ópsodemieter verkoopen, dat je voor de wereld legt. (L. H. Drabbe: Het dappere Hollandsche leger. 3e druk...

Lees verder
2017
2021-12-07
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Opsodemieter

Opsodemieter is in 1980 gehoord in Bergeijk in Noord-Brabant. Van Dale vermeldt deze borrel naam, die onlangs ook in Amsterdam is gesignaleerd, sinds 1984. Een Amsterdamse informant schreef dat zij het woord van haar grootvader had geleerd. 'Hij gebruikte deze borrel naam zelden waar de kinderen bij waren, dus onthou je 'm des te beter als ze schul...

Lees verder
1973
2021-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

opsodemieter

m. (-s), (gemeenz.) oplawaai.