Wat is de betekenis van Opruimen?

2018
2020-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opruimen

opruimen - regelmatig werkwoord uitspraak: op-rui-men 1. het ergens zetten of leggen waar het niet in de weg ligt ♢ heb jij mijn papieren opgeruimd? 2. in de uitverkoop verkopen ♢ na de zomer ru...

Lees verder
2004
2020-11-30
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

opruimen

(1) Vernietigen (van de veestapel); doden. Een eufemisme dat aan het eind van de twintigste eeuw een plaats in onze woordenschat veroverde. Toestanden zoals dioxinekippen; varkenspest, mond- en klauwzeer zijn daar debet aan. Veel tot wanhoop gedreven boeren vinden het onethisch om gezonde dieren te verbranden. Termen zoals vernietiging liggen dan o...

Lees verder
2003
2020-11-30
Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Opruimen

Opruimen hoef je een kind niet te leren. Opruimen is iets wat geleerd moet worden. Bij een kind dat van nature vrij ordelijk is ingesteld, zal dat gemakkelijker gaan dan bij een zogenaamde sloddervos. Maar ieder jong kind heeft eerst hulp nodig bij leren opruimen, want hij weet nog niet hoe het moet. Kleine kinderen kunnen leren opruimen in de vorm...

Lees verder
1998
2020-11-30
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

opruimen

Afgooien. Meestal van toepassing op het afspel in een troefcontract waarbij de leider een hoge kaart in een zijkleur incasseert en daarop in de andere hand een verliezer in een andere zijkleur ‘opruimt’.

1973
2020-11-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

opruimen

(ruimde op, heeft en is opgeruimd), 1. ruim maken, ruimte doen ontstaan; dat ruimt op, dat geeft ruimte; 2. (fig.) verlichten, vervrolijken; 3. uit de weg ruimen: het van het puin; wegdoen, verwijderen: alles wordt tegen lage prijzen opgeruimd, uitverkocht; 4. wegruimen en opbergen: je moet alles en niets laten liggen; (met objectsverwisseling)...

Lees verder
1898
2020-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opruimen

Opruimen (ruimde op, heeft opgeruimd), ruim en schoon maken : eene kamer opruimen; — in orde schikken, wegruimen : je moet alles opruimen en niets laten liggen; — de tafel opruimen, leeg maken; — (op eene fabriek) opruimen! staakt het werk en legt alles in orde om de werkplaats te kunnen verlaten; — dat ruimt op, dat geef...

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten