oprotten
ophoepelen. onmiddellijk weggaan; direct vertrekken, verdwijnen; zich zo snel mogelijk uit de voeten maken; maken dat je wegkomt; ophoepelen; wegwezen. Voorbeelden: Vier weken ziekteverlof! Een ander zou de chef er op zijn blote knieën voor danken. Hij misschien ook, onder andere omstandigheden. Maar nu betekende het: oprotten,...