2019-10-21

oprijzen

oprijzen - onregelmatig werkwoord uitspraak: op-rij-zen 1. vorm, gestalte krijgen ♢ dat beeld rees op in mijn herinnering 2. gaan staan, overeind komen ♢ allen rezen op van hun stoelen 3. (zich voordoen) plaatsvinden, er zijn ♢ er zijn toch moeilijkheden opgerezen...

2019-10-21

Oprijzen

Oprijzen (rees op, is opgerezen), omhoogrijzen, opstaan : allen rezen van hunne stoelen op; — (gew.) hoe laat is hij opgerezen ?, uit bed opgestaan ?; — hooger rijzen, uitzetten, zwellen; — opkomen, ontstaan : twijfel rees in mij op, aangaande ... .; zich voordoen: hier rezen nieuwe moeilijkheden. OPRIJZING, v.