Wat is de betekenis van oprichten?

2024-07-14
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-14
Orthodontisch woordenboek

Dr. H.J. Remmelink (2022)

Oprichten

Tandbeweging waarbij het gebitselement evenwijdig aan de kaakwal wordt gekipt.

2024-07-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

oprichten

oprichten - regelmatig werkwoord uitspraak: op-rich-ten 1. het laten ontstaan ♢ hij richtte een oudercommissie op 2. rechtop gaan staan of zitten ♢ zij richtte zich op en keek mij aan ...

2024-07-14
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Oprichten

v., oprjochtsje, -sette; (v. gebinten enz.), rjochtsje; zich, jin opjaen, jin oereinjaen, oereinkomme, -gean.

2024-07-14
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Oprichten

(richtte op, heeft opgericht), 1. in de hoogte heffen, overeind zetten: een paal, de mast oprichten ; — iem. oprichten, helpen op te staan, (fig.) steunen, moed ge\en, troosten; — zich in het bed oprichten, gaan zitten : — zich in zijn volle lengte oprichten, gaan staan; (ook) met opgerichten hoofde voo...

2024-07-14
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

oprichten

richtte op, h. opgericht (1 omhoogheffen of -brengen; 2 stichten, bouwen; vestigen, openen): 1. een gevallen man oprichten, omgewaaide palen weer oprichten; 2. een gedenkteken oprichten, leesgezelschap oprichten; z. oprichten, z. omhoog heffen.

2024-07-14
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

oprichten

('op) (richtte op, heeft opgericht) 1. in de hoogte richten: een paal, een knielende man -; zich -. ➝ hoofd. 2. doen verrijzen: een erepoort -; een standbeeld voor iemand -. Syn. ➝ bouwen. 3. tot stand brengen, stichten: een winkel, een school -. 4. in de hoogte brengen: een stad uit haar verval -. 5. Meetk. doen uitgaan uit een punt va...

Wil je toegang tot alle 12 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-14
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

oprichten

(richtte op, heeft opgericht), 1. in de hoogte heffen, overeind zetten: een paal iemand helpen op te staan, (fig.) steunen, moed geven, troosten (wederk.) zich in het bed oprichten, gaan zitten; 2. (meetkunde) doen uitgaan uit een punt in een lijn: een loodlijn oprichten; 3. bouwen, als bouwwerk omhoog doen rijzen: een standbeeld voor iemand opri...