Wat is de betekenis van opponent?

2018
2023-02-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opponent

opponent - zelfstandig naamwoord uitspraak: op-po-nent 1. tegenstander in een debat ♢ wat mijn opponent beweert, kan niet waar zijn Zelfstandig naamwoord: op-po-nent de opponent de oppon...

Lees verder
2009
2023-02-05
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

opponent

(de; -en) (matchplay) - tegenstander SS van Lat. opponens

1994
2023-02-05
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Opponent

[Lat. opponens, -entis = o.dw, zie opponeren] tegenstander in debat.

1993
2023-02-05
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Opponent

tegenstander

1973
2023-02-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

opponent

[Lat.], m. (-en), 1. iemand die bij een academische promotie tegen de verdedigde stellingen opkomt; 2. tegenpartij, tegenspreker, bestrijder.

Lees verder
1955
2023-02-05
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Opponent

tegenstander, bestrijder

1951
2023-02-05
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

opponent

I. tegenstrevend; II. tegenstrever, bestrijder, tegenstander.

Lees verder
1951
2023-02-05
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Opponent

opponent, tegenstander.

1950
2023-02-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Opponent

(<Lat,), m. (-en), 1. iem. die bij een academische promotie tijgen de verdedigde stellingen opkomt; — 2. tegenpartij, tegenspreker, bestrijder.

Lees verder
1948
2023-02-05
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

opponent

m. bestrijder in een debat, tegenspreker, in verzet komende tegenstander.

1937
2023-02-05
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

opponent

m. opponenten (Lat. opponens: tegenstander; bestrijder, inz. in een debat enz.).

1937
2023-02-05
Pegasus

S. van Praag (1937)

opponent

m. bestrijder in twistgesprek, debat, iemand die tegenspreekt.

1930
2023-02-05
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

opponent

(oppo'nent) m. (-en) hij die opponeert.

1914
2023-02-05
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

opponent

opponent - m., tegenstander, bestrijder.

1910
2023-02-05
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Opponent

Opponent - tegenstander, tegenpartij, bestrijder.

1908
2023-02-05
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Opponent

bestrijder, tegenpartij.

1906
2023-02-05
wink

Wink's vreemde woordenboek

Opponent

die opponeert.

1898
2023-02-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opponent

Opponent m. (-en), iem., die bij academische verdedigingen zich aankant tegen stellingen, door anderen gesteld; tegenpartij, tegenspreker, bestrijder.

1864
2023-02-05
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

opponent

opponent - m. (opponenten), tegenpartij, tegenspreker, bestrijder; (ookredenaar)