Wat is de betekenis van opperen?

2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opperen

opperen - regelmatig werkwoord uitspraak: op-pe-ren 1. als plan voorleggen ♢ Koert opperde het plan om naar de bioscoop te gaan Regelmatig werkwoord: op-pe-ren ik opper jij/u oppert...

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

opperen

(opperde, heeft geopperd), als opperman werkzaam zijn.

1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Opperen

I. OPPEREN (opperde, heeft geopperd), (het hooi) aan oppers zetten. II. OPPEREN (opperde, heeft geopperd), 1. schuilen tegen de wind : we moeten opperen; 2. beschutten tegen de wind: die bovenwal oppert een beetje. III. OPPEREN (opperde, heeft geopperd), in het midden, te berde brengen, aanvoeren: bezwaren, twijfel opperen...

Lees verder
1916
2021-01-19
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Opperen

Opperen - is het maken van oppers bij het hooien.

1900
2021-01-19
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

opperen

Hulpverlening aan een metselaar door een opperman, in het bijz. het aandragen van stenen en mortel.

1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opperen

Het begrip opperen heeft 3 verschillende betekenissen: 1. opperen - Opperen (opperde, heeft geopperd), het hooi aan oppers zetten; — schuilen in een opper. 2. opperen - Opperen (opperde, heeft geopperd), in het midden, te berde brengen, aanvoeren ; bezwaren, twijfel opperen; — gewagen van, voorstellen ; een plan, een denkbeeld oppere...

Lees verder
1898
2021-01-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Opperen

zie Bijbrengen.