Wat is de betekenis van opperen?

2024-02-29
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

opperen

(16e eeuw) (zeem.) beschutting zoeken tegen de wind door naar de opperwal te varen. Vandaar ook: het schip naar de wal sturen en op het strand laten. • Opperen betekent letterlijk: in de hoogte brengen, iets ergens bovenop brengen. Een opper is: een stapel opgetast hooi dus een hooischelf of hooimijt. Figuurlijk is opperen: te berde brengen, g...

2024-02-29
Historische collectie Nederland

Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (2019)

opperen

Hulpverlening aan een metselaar door een opperman, in het bijz. het aandragen van stenen en mortel.

2024-02-29
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

opperen

opperen - regelmatig werkwoord uitspraak: op-pe-ren 1. als plan voorleggen ♢ Koert opperde het plan om naar de bioscoop te gaan Regelmatig werkwoord: op-pe-ren ik opper jij/u oppert...

2024-02-29
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Opperen

(bloembollent.) Het land, dat door verschillende werkzaamheden als rooien van bollen, verwijderen van zieke plekken, delven enz. ongelijk ligt, gelijk maken (egaliseren) bij moeilijk waterdoorlatende gronden iets hellend in de richting van de waterafvoer.

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-29
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Opperen

v., opperje; (oppers maken), op(p)erje, opersette.

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Opperen

I. OPPEREN (opperde, heeft geopperd), (het hooi) aan oppers zetten. II. OPPEREN (opperde, heeft geopperd), 1. schuilen tegen de wind : we moeten opperen; 2. beschutten tegen de wind: die bovenwal oppert een beetje. III. OPPEREN (opperde, heeft geopperd), in het midden, te berde brengen, aanvoeren: bezwaren, twijfel opperen...

2024-02-29
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

opperen

I. opperde, h. geopperd (aandragen van stenen, kalk enz. bij ‘t metselen), hij is nu aan ‘t opperen, werkt als opperman. II. opperde, h. geopperd (1 het hooi aan oppers of roken zetten; 2 voor de dag brengen, te berde brengen, spreken over iets, in ‘t midden brengen): 1. opperen komt in deze bet. vooral in Zuid-Nederl. voor; 2....

2024-02-29
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

opperen

('oppərən) (opperde, heeft geopperd) 1. aan oppers zetten: hooi -. 2. [op het tapijt, te berde brengen] ter sprake brengen: denkbeelden, gissingen, plannen, vragen -; bedenkingen, bezwaren -. Syn. ➝ inbrengen. 3. als opperman werkzaam zijn.

2024-02-29
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Opperen

Opperen - is het maken van oppers bij het hooien.

2024-02-29
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

opperen

(opperde, heeft geopperd), als opperman werkzaam zijn.

2024-02-29
Keur van Nederlandsche woordafleidingen

J.Pluim (1911)

Opperen

(werk van een opperman verrichten) is verwant met oefenen (z. d. w.) = dus werken, verrichten; vgl. Hooft: „De geenen, die aen het voltoijen der vrijheit hebben geopperd' (medegewerkt).

2024-02-29
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Opperen

gehucht in de gem, Oirsbeek, N.-Brabant.

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Opperen

Het begrip opperen heeft 3 verschillende betekenissen: 1. opperen - Opperen (opperde, heeft geopperd), het hooi aan oppers zetten; — schuilen in een opper. 2. opperen - Opperen (opperde, heeft geopperd), in het midden, te berde brengen, aanvoeren ; bezwaren, twijfel opperen; — gewagen van, voorstellen ; een plan, een denkbeeld oppere...

2024-02-29
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Opperen

zie Bijbrengen.

2024-02-29
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Opperen

Opperen, bw. gel. (ik opperde, heb geopperd), aan oppers zetten (hooi); (fig.) in het midden -, te berde brengen, aanvoeren; gewagen van, voorstellen. *-, ow. (mets.) als opperman werkzaam zijn, kalk en steenen aanvoeren.