Opnemen
(nam op, heeft opgenomen), 1. in de hoogte brengen, optillen: een boek opnemen, om te zien of er wat onder ligt; de pen opnemen ; — de wapenen opnemen, om te strijden; — de toegeworpen handschoen opnemen, de uitdaging aannemen; de handschoen voor iem. opnemen; (kaartsp.) ...