Wat is de betekenis van opmerkelijk?

2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opmerkelijk

opmerkelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: op-mer-ke-lijk 1. wat iedereen meteen ziet, anders dan gewoon ♢ het is opmerkelijk dat hij allemaal tienen haalt Bijvoeglijk naamwoord: op-mer-ke-lijk ... is opmerkelijk...

Lees verder
1973
2023-02-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

opmerkelijk

bn. en bw. (-er, -st), 1. opmerking verdienend, merkwaardig: een verschijnsel; de barometer staat opmerkelijk laag; 2. vreemd, zonderling.

Lees verder
1952
2023-02-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Opmerkelijk

adj. & adv., opmerklik, eigenaerdich.

1950
2023-02-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Opmerkelijk

bn. bw. (-er, -st), 1. opmerking verdienende, merkwaardig: een opmerkelijk verschijnsel; de barometer staat opmerkelijk laag; 2. (w. g.) vreemd, zonderling : hij was opmerkelijk gekleed.

Lees verder
1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

opmerkelijk

bn., bw. (opmerkenswaard, merkwaardig; ook: zonderling, vreemd): een feit; hij was opmerkelijk gekleed.

1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

opmerkelijk

(op'merkələk) bn. en bw. (-er, -st) 1. opmerking waard, verdienend: een feit. 2. belangrijk: een -e wijziging. Syn. ➝ aanmerkelijk. 3. treffend door iets dat van het gewone afwijkt: gekleed. Syn. ➝ bevreemdend.

Lees verder
1898
2023-02-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opmerkelijk

Opmerkelijk bn. bw. (-er, -st), opmerking waard, verdienende: het is opmerkelijk dat...; een opmerkelijk verschijnsel; — vreemd, zonderling. OPMERKELIJKHEID, v. (w. g.)

Lees verder
1898
2023-02-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Opmerkelijk

zie Bijzonder.