Opkomen
(kwam op, is opgekomen), 1. zich naar boven bewegen (gezien van het hogere punt uit), opwaarts komen : kaboutermannetjes die uit hun schuilplaatsen opgekomen zijn; — water dat uit de grond opkomt; de tranen kwamen in haar ogen op; — (van zeewater) rijzen, inz. bij vloed: de vloed komt op ; de deining welke...