2020-02-25

ophouden

Het bewust niet nemen van een slag in een kleur die door de tegenpartij is voorgespeeld. Ophouden is een veel toegepaste techniek in het af- en tegenspel van -met name- SA-contracten. De bedoeling is de communicatie van de tegenpartij te bemoeilijken dan wel geheel te verbreken. Voorbeeld:Tegen een SA-contract van zuid komt west, die geen entrees naast de schoppen heeft, uit met ♠H. Als zuid de eerste of tweede schoppenslag neemt, kan oost later nog een keer schoppen spelen zodat west in tota...

2020-02-25

ophouden

ophouden - onregelmatig werkwoord uitspraak: op-hou-den 1. daar zijn ♢ hij houdt zich op in de bosjes 2. niet meer doorgaan ♢ het is opgehouden met regenen 1. dan houdt alles op [dan kunnen we niets meer doen] 2. zonder ophouden ...

2020-02-25

ophouden

Voor definitie zie bestuurlijk* ophouden. In het Amsterdamse Westelijk Havengebied wordt op dit moment nog gewerkt aan een loods waar straks vijfduizend mensen tegelijk kunnen worden ‘opgehouden’, een misleidende term voor ‘gevangen gezet in een doos’. Nieuwe Revu, 07-06-2000

2020-02-25

Ophouden

zie Aflaten, zie Eindigen.

2020-02-25

ophouden

('op) (hield op, heeft opgehouden) I. 1. in de hoogte houden: dat touw kan dat gewicht niet -. 2. openhouden: houd de zak even op. 3. hoog houden; zijn stand, rang, fatsoen, waardigheid -: zijn eer, naam -. 4. op zijn plaats doen blijven: het water -. 5. niet doorlaten: een brief, goederen -. 6. door praten terughouden: iemand -. 7. beletten te doen wat men voornemens is: iemand met een lastige zaak -; ik zal u niet langer -, niet meer beslag op uw tijd leggen. 8. op het hoofd houden:...

2020-02-25

Ophouden

Het begrip ophouden heeft 2 verschillende betekenissen: 1. ophouden - Ophouden (hield op, heeft opgehouden), rechtop-, in de hoogte-, omhooghouden : van zwakte kon hij zijn hoofd niet ophouden; die boomtak wordt met een schoor opgehouden; houd je japon wat op; — (fig.) iemands eer ophouden, die hoog houden, verdedigen; — de eer van het huis ophouden, waardig de gasten onthalen; — de eer van zijn geslacht ophouden, zich een waardig lid er van betoonen; — men moet zijn...