Opheffen
(hief op, heeft opgeheven), 1. in de hoogte, opwaarts heffen, oplichten, op tillen: iets van de grond opheffen; de handen opheffen; — de hand opheffen tegen iem., om hem te slaan, te straffen; (bij uitbr.) hem aanvallen ; — (fig.) iem. tot zich opheffen, iem. die lager staat in rang, kennis enz. tot zijn gelijke mak...