Wat is de betekenis van opheffen?

2023-10-02
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

opheffen

opheffen - onregelmatig werkwoord uitspraak: op-hef-fen 1. er een einde aan maken ♢ wij heffen dit bedrijf op 2. omhoog tillen ♢ hij hief de beker op Onregelmatig werkwoord: op...

2023-10-02
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Opheffen

v., optille, -licht(sj)e, -heevje; (om de zwaarte te voelen), hifkje; zich —, jin opjaen.

Direct toegang tot alle 7 resultaten over opheffen?

Word nu vriend van Ensie
2023-10-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Opheffen

(hief op, heeft opgeheven), 1. in de hoogte, opwaarts heffen, oplichten, op tillen: iets van de grond opheffen; de handen opheffen;de hand opheffen tegen iem., om hem te slaan, te straffen; (bij uitbr.) hem aanvallen ; — (fig.) iem. tot zich opheffen, iem. die lager staat in rang, kennis enz. tot zijn gelijke mak...

2023-10-02
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

opheffen

hief op, h. opgeheven (1 optillen; in de hoogte steken; fig. zedelijk beter maken; 2 van de ogen: opslaan; 3 afschaffen; het bestaan doen eindigen, in deze bet. een germ.): 1. een last opheffen, oplichten; de armen opheffen, opsteken; iem. opheffen; de inlanders opheffen; 2. de ogen tot iem. opheffen; 3. een wet opheffen (beter: buiten werking ste...

2023-10-02
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

opheffen

(hief, hieven op; heeft opgeheven) 1. in de hoogte heffen: een kist -. ➝ arm, hand, hoofd, kam, oog. 2. W. g. met overdreven lof erover spreken. 3. doen ophouden, doen eindigen: de zitting -; een school -.

2023-10-02
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

opheffen

(hief op, heeft opgeheven), 1. in de hoogte steken, optillen: de handen -; de hand tegen iemand, om hem te slaan, te straffen; (bij uitbreiding) hem aanvallen; (fig.) iemand tot zich opheffen, iemand die lager staat in rang, kennis enz. tot zijn gelijke maken; 2. opwaarts richten: het hoofd opheffen; 3. tenietdoen, krachteloos maken: krachten die...

2023-10-02
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Opheffen

Opheffen (hief op, heeft opgeheven), in de hoogte, opwaarts heffen, oplichten, optillen: iets van den grond opheffen; de handen, de oogen, het hoofd opheffen; — (lig.) iem. tot zich opheffen, iem. die lager staat in rang, kennis enz. tot zijn gelijke maken; de roede is reeds boven hem opgeheven, hij staat op het punt gestraft te worden; &mda...