Wat is de betekenis van Opgeschikt?

1950
2022-08-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Opgeschikt

bn. (-er, -st), getooid, gesierd.

1937
2022-08-11
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

opgeschikt

bn. (opgesmukt, opgesierd).

1898
2022-08-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opgeschikt

Opgeschikt bn. (-er, -st), getooid, gesierd. OPGESCHIKTHEID, v. (w. g.).

Gerelateerde zoekopdrachten