Opdracht
v. (-en), 1. last, bevel tot het volvoeren van iets, taak: een opdracht krijgen, volbrengen, uitvoeren; zich van een opdracht kwijten; — volgens opdracht van; — in opdracht hebben, in last hebben, gemachtigd zijn tot; — commissie, order: een opdracht geven voor een veiling, aan een makelaar; &mda...