Op
I. vz., 1. ter uitdrukking van een zuiver plaatselijke betrekking van een voorwerp ten opzichte van een ander, waarbij het eerste met de bovenzijde van het andere in aanraking is of komt: het boek ligt op de tafel; hij wandelde op het dek; op het toneel komen; leg dat maar op de tafel; geen haar op mijn hoofd dat er a...