Wat is de betekenis van OP?

2021
2022-01-21
Blockchain

Blockchain woordenboek

Op

OP is het letterwoord voor Original Poster, verwijzend naar de oorspronkelijke post of het aanvankelijke bericht in een chatbox of op een ander internetforum.

2020
2022-01-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

op

1) (1960+) (jeugd) hip; in de mode. • Als we dan goed kijken naar de blitzelijke bril, het zeer oppe jack en de verrukkelijke blokjes trui.... zouden we misschien zelfs zeggen: hiep, hiep, hiep, hoera. (Hitweek, 14/01/1966) 2) (1978) (drugs) opium. • Opium en Morfine zijn min of meer te vergelijken met Heroine. Beide worden...

Lees verder
2018
2022-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

op

op - voorzetsel, bijwoord 1. naar boven ♢ ik loop de trap op 2. plaats waar het is ♢ hij zit op de WC 3. tijd wanneer het is ♢ op dinsdag ga...

Lees verder
1998
2022-01-21
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

op

Met verder niets erbij. Gebruikt bij de beschrijving van een hand, bijvoorbeeld ‘aas-heer-vijfde schoppen op’ (een hand die buiten een vijfkaart schoppen van aas-heer geen enkel plaatje of tweede kleur bevat).

1995
2022-01-21
Martin Bannink

Auteur internet.taal (1995)

OP

Afkorting voor 'operator' (meestal synoniem voor 'sysop', de system operator): de persoon die een computer of een BBS beheert en ervoor moet zorgen dat alles ordentelijk verloopt. Bij IRC is het de 'channel OP' die de gesprekken een beetje in de gaten houdt om te zien dat sommige zaken niet uit de hand lopen (en die je er vanaf kan gooien als je de...

Lees verder
1973
2022-01-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

op

I. vz., 1. een bepaling van plaats, waarbij het ene voorwerp met de bovenzijde van het andere in aanraking komt: het boek ligt op de tafel; (versterkt) boven op iets zitten; op zijn bed liggen, onderscheiden van in zijn bed liggen; op de koop toe, om zo te zeggen erbovenop gelegd, (vandaar) daarenboven; het schip ligt met de kop op de stroom, in...

Lees verder
1952
2022-01-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Op

adv. & praep., op; — de grond, oer de groun, wrald; — en neer, op en del; — en neer gaan, op-en-delje, heuvelje; — en neer gaan (van klanken), ôf-enoanje; — iets af gaan, earne op los gean; vroegzijn, skrander wêze, ier yn ’e baen, i...

Lees verder
1950
2022-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Op

I. vz., 1. ter uitdrukking van een zuiver plaatselijke betrekking van een voorwerp ten opzichte van een ander, waarbij het eerste met de bovenzijde van het andere in aanraking is of komt: het boek ligt op de tafel; hij wandelde op het dek; op het toneel komen; leg dat maar op de tafel; geen haar op mijn hoofd dat er a...

Lees verder
1948
2022-01-21
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

op

= opus, (Lat.) werk (van schrijver, toondichter enz.).

1937
2022-01-21
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

op

I. vz. (1 ter aanduiding inz. van een betrekking van plaats of richting: aan de bovenzijde rustende; 2 van tijd: in, na, bij, gedurende): 1. het boek, de pen ligt op (de) tafel; op Tessel; op zijn kamer; op straat; op zee; alleen de wereld; op het dek springen; 2. op een morgen; op zekere dag; op jacht; op heden; nog: op zijn kousen, zonder schoen...

Lees verder
1933
2022-01-21
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Op

i/d muziek: afkorting v. → Opus.

1933
2022-01-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Op

Afkorting van → Opus.

1932
2022-01-21
Muziek

Muziek lexicon

Op

afkorting van opus (lat.), opera (it.) = werk; de term, waarmee de componisten het ontstaan of de publicatie van hun werken in nummering voorzien, (fr.: oeu =oeuvre). Sinds Beethoven echter verkrijgt deze nummering een vasteren grondslag dan in de 18de eeuw, waar zij vaak aan den willekeur der uitgevers was overgeleverd.

1898
2022-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Op

Op vz. ter uitdrukking van eene zuiver plaatselijke betrekking van een voorwerp ten opzichte van een ander, waarbij het eerste met de bovenzijde van het andere in aanraking is of komt; het boek ligt op de tafel; hij wandelde op het dek; op het tooneel komen; leg dat maar op de tafel; geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt; (versterkt) boven op ie...

Lees verder