Wat is de betekenis van Ook?

2018
2021-05-14
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ook

ook - bijwoord 1. net als iemand of iets anders ♢ Jan heeft ook een groot huis 1. ik ben er ook nog! [je moet mij niet overslaan!] 2. misschien ...

Lees verder
1973
2021-05-14
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ook

voegw. en bw., 1. bovendien, daarenboven; om nadruk te geven: weg! en gauw -!; nog, bovendien nog; 2. evenzo, evenzeer: mij goed; uitdr. van onverschilligheid: dat is een standpunt (ironisch); dat is wat moois!, gezegd van onaangenaamheden; dat is waar -. 3. (zelfst.) Ria kwam, ondanks haar ziekte; 4. in toegevende bijzinnen, ter versterking van...

Lees verder
1952
2021-05-14
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ook

adv., ek.

1950
2021-05-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ook

vw. en bw., 1. bovendien, daarenboven: zo wie u op de rechter wang slaat, keert hem ook de andere toe (Matth. 5 : 39); — (versterkt) niet alleen..., maar ook: niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid gekend hebben (2 Joh. 1); — ook nog, bovendien nog : moet ik dat nu ook nog beleven? — ik ben er óók nog, ik heb...

Lees verder
1898
2021-05-14
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ook

Ook vw. en bw. bovendien, daarenboven: zoo wie u op de rechter wang slaat, keert hem ook de andere toe; — (versterkt) niet alleen — maar ook: niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid gekend hebben; — ook nog, bovendien nog: moet ik dat nu ook nog beleven?; ik ben er óók nog, ik heb het in mijn macht hier tuss...

Lees verder