Wat is de betekenis van Ooievaar?

2021
2021-09-27
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Ooievaar

De ooievaar is een vogel uit de orde van de reigerachtigen. Hij heeft een wit verenkleed en vermiljoenrode bek en poten. Hij verschilt van andere families van de reigerachtigen doordat hij de kamvormige nagel aan de middelste teen en poederdonsveren mist. De slagpennen en vleugeldekveren van de ooievaar zijn zwart. Hij broedt in Europa, Noordwest-A...

Lees verder
2020
2021-09-27
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

ooievaar

Het begrip ooievaar heeft 2 verschillende betekenissen: 1) grote zwart-witte vogel. grote witte vogel die zwartgerande vleugels en een rode of oranje snavel heeft en die op hoge nesten broedt. Wordt soms ook witte ooievaar genoemd. 2) vogel uit de familie Ciconiidae. grote watervogel met lange poten, een lange hals, een spitse...

Lees verder
2020
2021-09-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

ooievaar

1) (19e eeuw) (stud.) soort sjees. • Het was een leven als eene hel, en voor het avond was reed Gusje van Yken met papa de stad uit op den hoogsten ooievaar, die ooit is gebouwd geworden. ( Klikspaan (is J. Kneppelhout.): Studenten-Typen: December 1839 - Mei 1841. Uitgave 1872) 2) (scheldw.) Hagenaar. Een ooievaar staat volgens het volk...

Lees verder
2018
2021-09-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ooievaar

ooievaar - zelfstandig naamwoord uitspraak: ooi-e-vaar 1. trekvogel met lange dunne poten en een lange rechte snavel ♢ de ooievaar staat op een poot in zijn nest 1. benen als een ooievaar [lange, d...

Lees verder
2009
2021-09-27
Vogelgids van Vogelbescherming Nederland

Vogelbescherming Nederland

Ooievaar

Ooievaars leven in de nabijheid van de mens. Ze nestelen bij voorkeur op menselijke bouwsels. In veel volksverhalen figureert de ooievaar als brenger van geluk en nieuw leven. Midden jaren '70 was de ooievaar zo goed als verdwenen uit Nederland. Samen met veel vrijwilligers heeft Vogelbescherming via een reddingsprogramma met ooievaarstations voork...

Lees verder
2004
2021-09-27
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

ooievaar

Van een zwangere vrouw zei men vroeger wel eens: ‘ze is door de ooievaar in haar been geprikt’ of ‘ze heeft iets bij de ooievaar besteld’. Dit is een toespeling op het kindergeloof, dat de ooievaar broertjes en zusjes brengt. Multatuli schreef ooit: ‘Van kool of ooievaars wordt by ons aan huis niet gesproken, ook niet van den Volewyk.’ Ook als (ver...

Lees verder
2004
2021-09-27
vogelnamen

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Ooievaar

Ciconia ciconia (Linnaeus: Ardea) 1758. Deze karakteristieke vogel (groot en wit) was/is goed bekend bij het volk, al was hij bijna uit het nederlandse landschap verdwenen. Als brenger vanuit de hemel van nieuwe groeikracht na een lange winter was hij bij de oude Germanen de heilige vogel van de god Donar. Ook bij de oude Egyptenaren, Grieken en Ro...

Lees verder
1999
2021-09-27
Encyclopedie Groningen

Nieuwe Groninger Encyclopedie

Ooievaar

Gronings aaiber(d), vroeger algemene broedvogel, tot in de stad. Was zeer gezien omdat hij geluk zou brengen en het huis voor brand zou bewaren. Gooit als huur voor 't nest het eerste jaar een tak, het tweede een ei, het derde een jong uit het nest. Daarna niets meer (Westerwolde). Ziet men in het voorjaar de eerste ooievaar en men heeft geld...

Lees verder
1992
2021-09-27
Symbolen

Hans Biedermann

ooievaar

Hoewel de bijbel steltvogels als onreine dieren aanduidt (zie ibis), wordt de ooievaar elders als gelukssymbool beschouwd, vooral omdat hij ook slangen verdelgt. Daarmee verwijst hij naar Christus en zijn discipelen, die duivelse schepsels vernietigen.

1985
2021-09-27
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

OOIEVAAR

wordt beschouwd als gelukbrengende vogel. Op diverse plaatsen in Noord-Brabant zijn herhaaldelijk ooievaarsnesten aangetroffen. Een vaste plaats heeft de ooievaar op het kasteel van Dussen; herhaaldelijk broedt zij in Raamsdonk. Brabant heeft ook in het stadje Megen een ooievaarsnest klaar staan, en wel op de Gevangentoren van Megen. In het volksge...

Lees verder
1982
2021-09-27
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

OOIEVAAR

(Cicónia cicónia; viver (Z.Vl.)). Aan het begin van deze eeuw uit Zeeland verdwenen broedvogel, die o.a. broedde in Kruiningen (1891), Kapelle (vorige eeuw), Aardenburg (1908), Zaamslag (tot ca. 1880) en mogelijk zelfs tot 1930-1935 bij Kloosterzande. In het Zwin bij Knokke (België) vliegen verschillende tamme of halfwilde...

Lees verder
1973
2021-09-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ooievaar

m. (-s, -varen), Ciconia, een vogelgeslacht uit de familie ooievaars (e); de verwachten, een baby; (zegsw.) benen als een hebben, zeer lange; de (het ooievaartje) halen, diploma kraamverpleging. (e) De gewone ooievaar of uiver, Ciconia ciconia, is groter en zwaarder dan de blauwe reiger. Bij het vliegen houdt de blauwe reiger zijn hals S-vormig geb...

Lees verder
1958
2021-09-27
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

OOIEVAAR

(Fr.: earrebarre, eibert). Vogel, broedend op paalnesten, soms op de nok van een dak of op een schoorsteen. Vroeger had bijna iedere plaats één of meer broedparen. Sinds 1900 steeds schaarser geworden, ook in omringende landen. In 1931 telde Frl. 38 nesten met jongen, in 1936 56, in 1943 10, in 1957 slechts 5, ondanks pogingen het ne...

Lees verder
1954
2021-09-27
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Ooievaar

brengt zegen, wordt dus nooit vervolgd; men laat hem zijn nest bouwen op een wagenrad boven op een hoge boomstam. Kinderliedje tegen een overvliegende ooievaar: Aaiberd, aaiberd, sprikkebain, Het zien voader òf mouder nooit zain Zien voader is dood, zien mouder is dood, Kinderkes lopen om ròg...

Lees verder
1952
2021-09-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ooievaar

s., earrebarre, eibert, rea(d)skonk; zwarte —, swarte earrebarre.

1950
2021-09-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ooievaar

m. (-s, ...varen), 1. bekende trekvogel met hoge waadpoten, lange hals en lange, rechte, kegelvormige snavel, tot de familie der reigers en de orde der waadvogels behorende (Ciconia ciconia), die de winter in Afrika doorbrengt; — de zwarte ooievaar (Ciconia nigra) komt zelden in ons land voor en leeft in wouden; in het kindergeloof de brenge...

Lees verder
1939
2021-09-27
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Ooievaar

Onschuldig veroordeeld.

1933
2021-09-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Ooievaar

v. dezelfde familie als dc → ibis, zware vogel met langen, rooden snavel, wit met zwarte vleugels, roode pooten, broedt in Ned., trekt in Aug, naar het Z. De zwarte o. komt in Ned. weinig voor. Voorts belmoren tot de o. de → nimmerzat en de gaper, met gelanden snavel, leeft in Afrika.

Lees verder
1933
2021-09-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Ooievaar

Ciconia alba (C. ciconia), vogel van de orde der steltloopers. Kleur wit, behalve de duimvleugel en de kleine en groote slagpennen, die zwart zijn; pooten en snavel zijn rood. In de vlucht houdt de o. pooten en nek gestrekt. Eigenaardig is het klepperen met den snavel. Nestelt op palen, schoorsteenen en kerkdaken. Het voedsel bestaat uit muizen, ki...

Lees verder
1928
2021-09-27
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Ooievaar

De ooievaar is populair, ook bij mensen, die niet vooral dierenvriend zijn. Op het platteland is de boer verheugd, wanneer de ooievaar op het wagenrad, dat hij opzettelijk op zijn dak heeft geplaatst, zijn nest wil komen maken. En velen hebben een zwak voor den groten, statigen vogel. Merkwaardig is, dat zijn familieleden, de maraboe en de ibis, in...

Lees verder