Wat is de betekenis van Oogmerk?

2018
2021-04-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

oogmerk

oogmerk - zelfstandig naamwoord uitspraak: oog-merk 1. wat je wilt bereiken ♢ deftig: ons oogmerk is een eigen zaak oprichten Zelfstandig naamwoord: oog-merk het oogmerk de oogmerken...

Lees verder
2000
2021-04-21
Basisboek Recht

Basisboek Recht

Oogmerk

Vorm van opzet.

1973
2021-04-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

oogmerk

o. (-en), doel dat men in het oog houdt; dat wat men tracht te bereiken: met het —, met de bedoeling, →opzet.

1952
2021-04-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Oogmerk

s.n., eachmerk (it).

1950
2021-04-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Oogmerk

o. (-en), dat wat men in het oog houdt als het doel waarnaar men streeft, dat wat men tracht te bereiken : mijn oogmerk is niet zijn eis te verdedigen ; met het oogmerk, met de bedoeling ; zijn oogmerk bereiken, treffen.

1949
2021-04-21
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Oogmerk

zie Opzet.

1933
2021-04-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Oogmerk

(recht), ➝ Opzet.

1898
2021-04-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Oogmerk

o. (-en), iets dat men in het oog houdt als het doel waarnaar men streeft, dat men tracht te bereiken : mijn oogmerk is niet zijn eisch te verdedigen; met het oogmerk, met de bedoeling : zijn oogmerk bereiken, treffen.

1898
2021-04-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Oogmerk

zie Doel.