Wat is de betekenis van Oog?

2019
2020-11-30
Nico M. van Straalen

Em. Professor of Animal Ecology

Oog

Zintuig waarmee licht kan worden waargenomen, in allerlei vormen voorkomend bij vrijwel alle dieren die zich voortbewegen en in een lichte omgeving leven Er is waarschijnlijk geen orgaan waarover vanuit evolutiebiologische optiek meer is geschreven dan het oog. Darwin wees er al op dat, ondanks de enorme complexiteit van het vertebratenoog, het nie...

Lees verder
2018
2020-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

oog

oog - zelfstandig naamwoord 1. elk van de twee organen waarmee je kunt zien ♢ hij heeft zwart haar en bruine ogen 1. uit het oog, uit het hart [wie je niet meer ziet, vergeet je] ...

Lees verder
2010
2020-11-30
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

oog

1) Zintuig waarmee je kunt zien; 2) de oogbol als geheel; 3) het gedeelte van de oogbol dat je aan de buitenkant ziet. Met één goed oog zie je ongeveer evenveel van de wereld als met twee goede ogen. Maar om diepte te zien, heb je twee ogen nodig. Voor mensen die een oog hebben verloren, is het moeilijk op korte afstand diepte te schatten. Daarvoor...

Lees verder
2004
2020-11-30
vogelnamen

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Oog

werd door Willem Bilderdijk (1756-1831) etymologisch verklaard uit de rondheid van het menselijk oog, waarmee de letter(s) o overeenstemde) (goropisme) [vDE]. Iets anders is de oorsprong van de letter o: Bodmer 1997 (p.59) laat in een tabel de moabitische o, die er net zo uitziet als onze (Lat) o, voorafgaan door de oudegyptische hiëroglief di...

Lees verder
2002
2020-11-30
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Oog

Direct na het sterven werd de dode door zijn familie gekust en werden hem/haar de ogen gesloten. Dit sluiten van de ogen gebeurde omdat de dode anders op iemand wachtte en er spoedig weer een sterfgeval in de familie zou plaatsvinden. Het is ontstaan uit de opvatting dat de ziel in het hoofd schuilt en de ogen het spiegelbeeld zijn van de ziel. Het...

Lees verder
2000
2020-11-30
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Oog

Iemand de ogen openen, iemand de waarheid doen (in)zien. Iemand de ogen openen voor, iemand opmerkzaam maken op, iemand bewust maken van. Net als andere lichaamsdelen wordt oog veel metaforisch gebruikt, en het is dan ook moeilijk te bepalen of uitdrukkingen met oog van bijbelse herkomst zijn. Mogelijk zijn de hierboven genoemde verbindingen ontle...

Lees verder
1998
2020-11-30
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Oog

geen - blijft droog de emotie heeft iedereen te pakken. Meestal gezegd van een toneel- of filmvoorstelling. Vooral een journalistencliché. Hun late geluk is van korte duur als Joy aan botkanker blijkt te lijden, maar, houdt ze hem moedig voor, pijn is een deel van geluk. ‘The Remains Of The Day meets Terms Of Endearment’: geen oog blijft droog in...

Lees verder
1997
2020-11-30
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

oog

In de 16de en 17de eeuw kon men zweren bij alle lichaamsdelen van God, zo ook bij gans ogen, dat een verbastering is van bij Gods ogen. Ook och ogen komt voor. Bij jan van Styevoort lezen wij: “Hy swoer bij doghen, dermen, ribben en storten.” Het ijdel gebruik van de formule maakte haar tot vloek en uitroep. Ook kom...

Lees verder
1992
2020-11-30
Symbolen

Hans Biedermann

oog

het belangrijkste zintuig van de mens, in de symboliek altijd verbonden met licht en ‘geestelijk schouwvermogen’, en tevens volgens oude opvatting niet slechts een receptief orgaan, maar zelf ook ‘krachtstralen’ uitzendend en zinnebeeld van de spirituele uitdrukkingsmogelijkheid. Boze wezens, of wezens met grote magische kra...

Lees verder
1981
2020-11-30
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Oog

zintuigorgaan voor de lichtprikkels. Het oog ligt met zijn beschermende organen in de trechtervormige, benige oogkas, ter weerszijden van de neuswortel, in de aangezichtsschedel. Het ligt ingebed in vetweefsel. De oogspieren, die het naar alle kanten laten bewegen, zijn hier rechtstreeks aan de oogbal aangehecht. De oogappel is kogelrond en wordt o...

Lees verder
1974
2020-11-30
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

oog

1. orgaan dat bij lagere dieren, met verspreide zintuigcellen in de huid, alleen verschil in lichtsterkte waarneemt (regenworm); 2. waarneming van lichtrichting is mogelijk met zintuigcellen in pigmentbeker (platwormen) of huidgroeve (slak); 3. beelden zien gebeurt met camera-oog (bijna gesloten holte) meestal met lens (inktvissen, gewervelde dier...

Lees verder
1973
2020-11-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

oog

je, o. (-s), 1. klein oog of oog waarvan men met vertedering spreekt: doe je oogjes maar dicht; (fig. en in zegsw.): een — in het zeil houden, op iets of iemand toezien (om erover te waken); ook: een houden op; een goed — op iemand hebben, hem wel mogen; 2. (steelse) blik: een wagen aan ..., tersluiks kijken naar.

Lees verder
1949
2020-11-30
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Oog

bestaat uit oogbol, netvlies, vaatvlies, naar voren overgaand in het regenboogvlies (iris), harde oogrok, naar voren overgaand in het hoornvlies. Achter hoornvlies en iris ligt de lens. In vaatvlies bevindt zich het corpus ciliare, dat de accommodatie*spier bevat. O. wordt beschermd door oogleden, van binnen bekleed met bindvlies. De lichtstralen,...

Lees verder
1939
2020-11-30
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Oog

Etui voor splinters en balken.

1937
2020-11-30
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Oog

Tuinbouw : even zichtbare knop. Drukkerij : oog van een letter : het deel van de letter, dat den afdruk op het papier geeft.

1933
2020-11-30
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Oog

(Lat. oculus). Algemeen Het o. is bij menschen en dieren het orgaan voor de opname der lichtenergie. Ontvankelijkheid voor lichtprikkels treft men reeds aan onder de laagste organismen, de ééncelligen, die zich naar het licht toe of daarvan af bewegen. Soms is bij deze organismen het geheele celoppervlak, zooals bij de amoeben, soms...

Lees verder
1928
2020-11-30
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Oog

Het oog is ’t zintuig, dat lichtindrukken opvangt en naar ’t bewustzijn doorgeeft. Het inwendige van het menselijke oog kan men — wij zeiden het reeds — het best met een fotografietoestel vergelijken. Onze ogen liggen in de z.g. oogkassen en kunnen ieder door zes spieren in verschillende richtingen bewogen worden. Ze worden...

Lees verder
1926
2020-11-30
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Oog

Het oog heeft ongeveer den vorm van een bol en ligt goed beschut in een kussen van vet in de beenige oogholten. Bovendien dienen van voren de oogleden ter beschutting van dit teere orgaan; de oogharen zorgen, dat stofjes en vliegjes niet gemakkelijk in het oog komen, en de wenkbrauwen, dat het bijtende zweet van het voorhoofd niet zoo licht het oog...

Lees verder
1916
2020-11-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Oog

Oog - zie GEZICHTSORGAAN.

1898
2020-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Oog

o. (-en), het gezichtsorgaan, hetzij de oogbol in zijn geheel, hetzij meer bepaald dat gedeelte er van dat van buiten zichtbaar is : goede, slechte, zwakke oogen; het rechter, het linker oog; het bloote, het gewapend, het ongewapend oog; — een glazen oog, een kunstoog; — de appel, het wit van het oog; — iem. beminnen als het lic...

Lees verder