Onzeker
bn. (-der, -st), 1. (van pers.) niet zeker van iets: onzeker wat te doen of te laten; onzeker of... ; 2. onvast: hij verliet de zaal met onzekere gang; haar stem was onzeker; 3. onbetrouwbaar, twijfelachtig: ‘t zijn nog onzekere berichten; (van iets toekomstigs) aan hoogst onzekere winsten zijn geld wagen; 4. wisselvallig : het lot is onzek...