Wat is de betekenis van onwrikbaar?

2018
2022-08-10
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onwrikbaar

onwrikbaar - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-wrik-baar 1. waar niets tegenin te brengen is, zonder twijfel ♢ dat is een onwrikbaar bewijs van haar onschuld Bijvoeglijk naamwoord: on-wrik-baar ... is onwrikbaarder...

Lees verder
1973
2022-08-10
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

onwrikbaar

bn. en bw. (-der, -st), 1. niet verwrikt kunnende worden: de steen zat onwrikbaar vast; 2. onomstotelijk: onwrikbare bewijzen.

Lees verder
1952
2022-08-10
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Onwrikbaar

adj. & adv., ûnwrikber, ûnforwrigber, ûnforwrigge.

1950
2022-08-10
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Onwrikbaar

bn. bw. (-der, -st), 1. niet verwrikt kunnende worden: de omvrikbare Petrusrots straalt in de lichtgloed van de heilgenade Gods; 2. onomstotelijk: onwrikbare bewijzen; 3. onwankelbaar: een onwrikbare vastheid van geest; onwrikbaar in deugd en moed; — bw.: dit staat onwrikbaar vast.

Lees verder
1937
2022-08-10
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

onwrikbaar

bn., bw.; onwrikbaarder, onwrikbaarst (1 niet van zijn plaats te wrikken, niet verwrikt kunnende worden; 2 fig. onomstotelijk, zeer vast): 1. een onwrikbare muur; 2. een onwrikbaar geloof; een onwrikbaar vertrouwen, rotsvast; dit staat onwrikbaar vast; in iem. onwrikbaar geloven.

Lees verder
1898
2022-08-10
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onwrikbaar

bn. bw. (-der, -st), niet verwrikt kunnende worden : de onwrikbre Petrusrots straalt in den lichtgloed van de heilgenade Gods; — onomstootelijk : onwrikbare bewijzen; — onwankelbaar: eene onwrikbare vastheid van geest; onwrikbaar in deugd en moed; — bw. dit staat onwrikbaar vast. ONWRIKBAARHEID, v.

Lees verder
1898
2022-08-10
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Onwrikbaar

zie Bestendig.