Wat is de betekenis van onwel?

2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onwel

onwel - bijwoord uitspraak: on-wel 1. niet in orde, een beetje ziek ♢ de oude man werd onwel bij het concert Bijwoord: on-wel Synoniemen gammel, ongesteld Tegenstellingen gezond, goed

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

onwel

bn., zich (op het moment) niet goed voelend, niet lekker: worden; zich voelen.

1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Onwel

bn., zich (op het moment) niet wel gevoelend, ongesteld: onwel zijn, worden; zich onwel gevoelen.

1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onwel

bn. ongesteld : onwel zijn, worden; zich onwel gevoelen.

1898
2021-01-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Onwel

zie Ziek.