Wat is de betekenis van onwankelbaar?

2019
2020-11-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onwankelbaar

onwankelbaar - Bijvoeglijk naamwoord 1. door niets aan het wankelen te krijgen Zijn onwankelbaar vertrouwen daarin is spreekwoordelijk. Woordherkomst Afgeleid van wankelbaar met het voorvoegsel on- Antoniemen wankelbaar

Lees verder
1973
2020-11-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

onwankelbaar

bn. en bw. (-der, -st), vast, onwrikbaar, onomstotelijk: een geloof.

1898
2020-11-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onwankelbaar

bn. bw. (-der, -st), niet aan het wankelen kunnende gebracht worden, onwrikbaar, onomstootelijk : de onwankelbare wetten van ’t hooge Godsgezag; — onwankelbare trouw, gehechtheid; — bw. zoo dat geen wankelen mogelijk is : hij is onwankelbaar trouw wien hij eenmaal zijn woord heeft verpand. ONWANKELBAARHEID, v.

Lees verder
1898
2020-11-23
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Onwankelbaar

zie Bestendig.