2019-09-17

onvrede

onvrede - Zelfstandignaamwoord 1. het gevoel ergens niet blij me te zijn en er iets aan willen doen Hij heeft onvrede met de behaalde studieresultaten. Woordherkomst Afgeleid van vrede met het voorvoegsel on-

Lees verder
2019-09-17

onvrede

onvrede - zelfstandig naamwoord uitspraak: on-vre-de 1. toestand van kwaad zijn op elkaar ♢ zij leven in onvrede met elkaar 2. toestand waarin je meer verlangt dan wat er is ♢ uit onvrede met de politiek, ging hij niet stemmen Zelfstandig naamwoord: on-vre-de de onvrede Synoniemen...

Lees verder
2019-09-17

Onvrede

m. (w. g.) twist, oneenigheid: de vrede woonde in huis en de onvree stond er buiten; ongenoegen, misnoegen : zij at als iemand die zeer boos. en te ontvreden is; — (veroud.) te ontvreden zijn op iem., boos zijn op hem.