2019-11-16

onverwachts

onverwachts - Bijvoeglijk naamwoord 1. onverwacht onverwachts - Bijwoord 1. tegen de verwachting in Hij kwam onverwachts op bezoek. onverwachts - Bijvoeglijk naamwoord 1. paritief van de stellende trap van onverwacht Woordherkomst Afgeleid van onverwacht met het achtervoegsel -s Synoniemen plotseling, opeens Verwante begrippen onverwacht

2019-11-16

onverwachts

onverwachts - bijwoord uitspraak: on-ver-wachts 1. snel, terwijl het niet verwacht werd ♢ het bericht dat we moesten vertrekken kwam onverwachts Bijwoord: on-ver-wachts Synoniemen eensklaps, ineens, onverhoeds, onverwacht, opeens, plots, plotseling, schielijk Tegenstellingen allengs, gaandeweg, geleidelijk, langzamerhand, lieverlee, stapvoets

2019-11-16

onverwachts

Plotseling. Dat klinkt nogal bruut, vooral in overlijdensberichten. Op een rouwbrief prefereert men het vriendelijkere: ‘onverwachts is overleden’. Bron: ‘Onze Taal’, juni 1993 (blz. 126). Tot het einde toe vechtend tegen zijn ongeneeslijke ziekte is Dick van den Ham toch nog onverwachts overleden op 23 juli 1995. UT-Nieuws, weekblad van de Universiteit Twente, 17-08-95, webpagina De geliefde Hollandse pannenkoekenbakker Gerrit van Velze is onverwachts overleden. Reformatoris...

2019-11-16

Onverwachts

bw. plotseling, zonder (op iets) voorbereid te zijn : hij werd onverwachts overgeplaatst.