2019-11-21

onverwacht

onverwacht - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet van tevoren zien aankomen Door een onverwacht overlijden van mijn moeder kon ik niet naar de voetbalwedstrijd. Woordherkomst Afgeleid van verwacht met het voorvoegsel on- Synoniemen plotseling Antoniemen verwacht

2019-11-21

onverwacht

onverwacht - bijwoord, bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-ver-wacht 1. snel, terwijl het niet verwacht werd ♢ onverwacht stond hij voor mijn neus 1. een onverwachte meevaller [een die je niet verwacht had] Bijwoord: on-ver-wacht Bijvoeglijk naamwoord: on-ver-wacht ... is onverwach...

2019-11-21

Onverwacht

bn. bw. niet verwacht, niet voorzien : eene onverwachte uitkomst; dit onverwacht schouwspel; een onverwachte aanval; — op het onverwachtst, geheel onvoorzien; — van personen, wier komst eigenlijk onverwacht is: een onverwachte gast; — bw. onvoorziens : wij zijn onverwacht aangekomen. ONVERWACHTHEID, v.