Wat is de betekenis van onverstoorbaar?

2026-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Onverstoorbaar

bn. bw., niet door een of ander afgebroken kunnende worden: onverstoorbare rust; met onverstoorbare kalmte; — (van pers.) door niets uit zijn evenwicht te brengen; — bw.: hij rookte onverstoorbaar door ; een onverstoorbaar goed humeur.