Wat is de betekenis van ontruimen?

2019
2021-10-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ontruimen

ontruimen - Werkwoord 1. (ov) een gebouw of gebied voorgoed verlaten en leeg achterlaten Deze woning moet volgende week ontruimd zijn. Woordherkomst Afgeleid van ruimen met het voorvoegsel ont-.

Lees verder
2018
2021-10-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ontruimen

ontruimen - regelmatig werkwoord uitspraak: ont-rui-men 1. de aanwezigen er wegsturen ♢ het pand van de krakers werd door de politie ontruimd 2. de spullen eruit halen ♢ ik heb de kast helemaal...

Lees verder
1973
2021-10-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ontruimen

(ontruimde, heeft ontruimd), een plaats of ruimte die men inneemt verlaten of door de daarin aanwezigen doen verlaten: de voorzitter liet de publieke tribune -; een huis -, iemand door middel van de deurwaarder en ev. met hulp van de politie dwingen een onroerend goed te verlaten. (e) Een bevel tot ontruiming wordt in Nederland gegeven door de kant...

Lees verder
1952
2021-10-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ontruimen

v., ûntromje, rom meitsje.

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ontruimen

(ontruimde, heeft ontruimd), een plaats of ruimte die men inneemt verlaten of door de daarin aanwezigen doen verlaten: de zaal was weldra door de aanwezigen ontruimd; de voorzitter liet de publieke tribune ontruimen;een huis ontruimen, verlaten met de zijnen en het zijne; — inz. van plaatsen die door troepen bezet zijn:...

Lees verder
1898
2021-10-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ontruimen

(ontruimde, heeft ontruimd), eene ruimte, inz. eene waarin personen plaats kunnen vinden, verlaten of door de daarin aanwezigen doen verlaten: de zaal was weldra door de aanwezigen ontruimd; de voorzitter liet de publieke tribune ontruimen; — inz. van plaatsen die door troepen bezet zijn: de Fransche maarschalk had in dien nacht de stad ontru...

Lees verder