Wat is de betekenis van ontiegelijk?

2022
2023-01-30
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

ontiegelijk

(1829) (oorspr. Barg., thans inf.) erg; enorm; verschrikkelijk. Vgl. onmeunig*. • ... en zeide iets, dat tante Trom, zoo zij het gehoord had, weinig zoude gesticht hebben, daar zij' toch in 't geheel niet gierig was, maar bepaald iets tegen ontiegelijk geldverspillen had. (Jacobus Johannes Cremer: Daniël Sils. 1856) • Het stiekem bi...

Lees verder
2020
2023-01-30
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

ontiegelijk

Het begrip ontiegelijk heeft 2 verschillende betekenissen: 1) zeer groot; enorm. zeer groot; enorm; geweldig. 2) buitengewoon. buitengewoon; uitermate; bijzonder.

Lees verder
2019
2023-01-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ontiegelijk

ontiegelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. in zeer hoge mate aanwezig Ik heb een ontiegelijke honger. ontiegelijk - Bijwoord 1. in zeer hoge mate We hebben ontiegelijk genoten van het optreden. Synoniemen enorm, reusachtig

Lees verder
2018
2023-01-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ontiegelijk

ontiegelijk - bijwoord uitspraak: on-tie-ge-lijk 1. heel erg ♢ hij is ontiegelijk rijk Bijwoord: on-tie-ge-lijk Synoniemen hartstikke, immens, machtig, ontstellend, ontzaglijk, ontzettend, reusachtig, reuze

Lees verder
2014
2023-01-30
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

ontiegelijk

enorm, geweldig, heel erg, Parooll.

1994
2023-01-30
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Ontiegelijk

[v. dialectisch ontig of ontieg = smerig, vuil, schandalig, van ont = vuil (ook fig.)] verschrikkelijk, enorm, uitermate.

1973
2023-01-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ontiegelijk

bn., geweldig (veel), reuze: ontiegelijk knap.