Wat is de betekenis van ontdubbelen?

2019
2023-01-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ontdubbelen

ontdubbelen - Werkwoord 1. (ov) exemplaren in een verzameling die identiek zijn aan elkaar op één na verwijderen, zodat de verzameling bestaat uit exemplaren die elk maar één keer voorkomen Hij besloot zijn bibliotheek te ontdubbelen om wat plaats te maken voor nieuwe titels. 2. (ov) (info...

Lees verder
2015
2023-01-31
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

ontdubbelen

splitsen, een tweede toevoegen, verdubbelen De huidige fiscale voordelen worden ontdubbeld, met telkens een gewestelijk én een federaal equivalent, naargelang het al dan niet de eigen woning betreft. (De Standaard) In het Frans: 'dédoubler'. In het Algemeen Nederlands bestaat een woord 'ontdubbelen'...

Lees verder
2004
2023-01-31
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

ontdubbelen

(ontdubbelde, ontdubbeld) splitsen. Twee verschillende vluchten naar nabijgelegen bestemmingen worden samengevoegd als de bezettingsgraad tegenvalt, andere vluchten worden dan weer ontdubbeld. - DM, 22-07-2002. - een trein ontdubbelen, een tweede, extra trein inzetten.

Lees verder
1950
2023-01-31
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Ontdubbelen

(ontdubbelde, heeft ontdubbeld), van de dubbeling ontdoen, deze er afnemen.

1898
2023-01-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ontdubbelen

(ontdubbelde, heeft ontdubbeld), de huid van een schip van de dubbeling ontdoen, deze er afnemen.

1856
2023-01-31
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Ontdubbelen

b.w. - Van dubbeling ontdoen.