Wat is de betekenis van onontbeerlijk?

2019
2021-03-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onontbeerlijk

onontbeerlijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. volstrekt noodzakelijk In het noorden van Siberië is kleding van bont vervaardigd onontbeerlijk. Woordherkomst Afgeleid van ontbeerlijk met het voorvoegsel on-, Naamwoord van handeling van ontberen met het achtervoegsel -lijk

Lees verder
2018
2021-03-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onontbeerlijk

onontbeerlijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-ont-beer-lijk 1. absoluut nodig, onmisbaar ♢ een oven is onontbeerlijk in een keuken Bijvoeglijk naamwoord: on-ont-beer-lijk de/het onontbeerlijke ... ...

Lees verder
1973
2021-03-07
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

onontbeerlijk

(het accent wisselt), bn. (-er, -st), niet kunnende gemist worden: zij is in ons huishouden bepaald onontbeer'lijk geworden.

1950
2021-03-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Onontbeerlijk

bn. (-er, -st), niet kunnende gemist worden: zij is in ons huishouden bepaald onontbeerlijk geworden; deugd is hier onontbeerlijk.

1898
2021-03-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onontbeerlijk

bn. (-er, -st), niet kunnende gemist worden : zij is in ons huishouden bepaald onontbeerlijk geworden; deugd is hier onontbeerlijk. ONONTBEERLIJKHEID, v.