2020-02-17

Onmiddellijk

bn. bw. niet teweeggebracht door middel van redenering: de onmiddellijke, eerste aandoening; een onmiddellijke gewaarwording; — rechtstreeks, niet door tussenkomst van derden plaats hebbende : hij ontving onmiddellijke mededeling van al het verhandelde; onder de onmiddellijke invloed van iem. staan; —■ niet door andere personen of zaken van elkaar gescheiden: zijn onmiddellijke superieur; in de onmiddellijke nabijheid van de stad, zeer dichtbij; — bw. vlak : een gitzwarte slavin ging onm...

2020-02-17

onmiddellijk

onmiddellijk - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord uitspraak: on-mid-del-lijk 1. waar niets tussen zit ♢ hij woont in de onmiddellijke omgeving van het vliegveld 1. zonder te wachten ♢ je moet onmiddellijk komen Bijvoeglijk naamwoord: on-mid-del-lijk de/het onmiddellijke ... Synoniemen...

2020-02-17

onmiddellijk

onmiddellijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder uitstel Dit heeft een onmiddellijke verlaging van de temperatuur ten gevolge. 2. zonder omwegen Deze gang is een onmiddellijke uitgang naar de straat. onmiddellijk - Bijwoord 1. zonder uitstel De injectie gaf onmiddellijk verbetering in de toestand van de patiënt. 2. zonder omwe...

2020-02-17

Onmiddellijk

zie Aanstonds.

2020-02-17

onmiddellijk

(on'middələk) I. bn. en bw. rechtstreeks: een -e gewaarwording ; onder de -e invloed van een geestdrijver ; tot in de -e nabijheid van de koning ; dat volgt uit het voorgaande. - II. bw. 1. vlak : na de stoet. 2. op het ogenblik volgend op het reeds besprokene : kom men ging tot de uitvoering over. Syn. ➝ aanstonds.