Wat is de betekenis van Onmiddellijk?

2019
2020-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onmiddellijk

onmiddellijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder uitstel Dit heeft een onmiddellijke verlaging van de temperatuur ten gevolge. 2. zonder omwegen Deze gang is een onmiddellijke uitgang naar de straat. onmiddellijk - Bijwoord 1. zond...

Lees verder
2018
2020-11-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onmiddellijk

onmiddellijk - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord uitspraak: on-mid-del-lijk 1. waar niets tussen zit ♢ hij woont in de onmiddellijke omgeving van het vliegveld 1. zonder te wachten ♢ je moet onmi...

Lees verder
1973
2020-11-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

onmiddellijk

bn. en bw., 1. rechtstreeks, direct, niet door iets anders gescheiden of bepaald: de onmiddellijke inwerking van de zonnestralen; 2. zonder tussenruimte aan iets grenzend: de onmiddellijke nabijheid van de stad; 3. zonder tijdsverloop op iets anders volgend: antwoord, ontslag.

Lees verder
1898
2020-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onmiddellijk

bn. bw. niet teweeggebracht door middel van redenering: de onmiddellijke, eerste aandoening; een onmiddellijke gewaarwording; — rechtstreeks, niet door tussenkomst van derden plaats hebbende : hij ontving onmiddellijke mededeling van al het verhandelde; onder de onmiddellijke invloed van iem. staan; —■ niet door andere personen of zake...

Lees verder
1898
2020-11-27
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Onmiddellijk

zie Aanstonds.