Wat is de betekenis van ongezond?

2019
2021-03-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ongezond

ongezond - Bijvoeglijk naamwoord 1. schadelijk voor de gezondheid Roken is een ongezonde gewoonte. Woordherkomst antoniem van gezond met het voorvoegsel on- Antoniemen gezond

Lees verder
2018
2021-03-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ongezond

ongezond - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-ge-zond 1. lichamelijk niet goed in orde ♢ zijn moeder is haar hele leven al ongezond 2. nadelig voor je lichaam ♢ roken is ongezond ...

Lees verder
1973
2021-03-01
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ongezond

(het accent wisselt), bn. en bw., 1. een slecht gestel hebbend, ziekelijk: hij is altijd ongezond geweest; 2. (-er, -st), nadelig voor de gezondheid: een ongezonde lucht; een ongezond beroep, waarin men gemakkelijk ziek wordt; 3. (fig.) nadelig voor iemands geestelijk welzijn: ongezonde lectuur; 4. niet gaaf, niet sterk: een ongezonde financi&eum...

Lees verder
1950
2021-03-01
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ongezond

bn. bw., 1. een slecht gestel hebbende, ziekelijk: hij is altijd ongezond geweest; een ongezonde kleur hebben, waaruit ziekelijkheid blijkt. 2. nadelig voor de gezondheid: een ongezonde lucht; sommigen houden het roken voor bepaald ongezond; verven met loodwit is ongezond; een ongezond beroep, waarin men licht ziek wordt...

Lees verder
1898
2021-03-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ongezond

bn. bw. een slecht gestel hebbende, ziekelijk: hij ziet er ongezond uit; eene ongezonde kleur hebben, een kleur waaruit ziekelijkheid blijkt; — niet fris en daardoor nadelig voor de gezondheid : een ongezonde lucht; nadelig voor et gestel : sommigen houden het roken voor bepaald ongezond; een vochtige, ongezonde vlakte; verven met loodwit is...

Lees verder