Wat is de betekenis van ongezellig?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ongezellig

ongezellig - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet gezellig De alleenstaande man woonde in een heel ongezellig en kaal huis. Woordherkomst afleiding van met het voorvoegsel on- en gezellig Antoniemen gezellig

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ongezellig

bn. en bw. (-er, -st), 1. niet spraakzaam en vriendelijk in gezelschap: wat ben je vanavond -, je zegt geen woord; 2. onbehaaglijk: het is in die kamer erg koud en —.

Lees verder
1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ongezellig

bn. bw. (-er, -st), 1. niet spraakzaam en vriendelijk in gezelschap: wat ben je van avond ongezellig, je zegt geen woord. 2. onbehaaglijk: 't is in die kamer erg koud en ongezellig; de borden in school zijn zo zwart en de tafels zo ongezellig. 3. onprettig: werkelijk zulke avondjes zijn niet ongezellig; als hij op dreef...

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ongezellig

bn. bw. (-er, -st), niet spraakzaam en vriendelijk in gezelschap : wat ben je vanavond ongezellig, je zegt geen woord; — onbehaaglijk : 't is in die kamer erg koud en ongezellig; de borden in school zijn zo zwart en de tafels zo ongezellig; — onprettig: werkelijk zulke avondjes zijn niet ongezellig; als hij op dreef is, kan hij nie...

Lees verder