Wat is de betekenis van ongerust?

2019
2020-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ongerust

ongerust - Bijvoeglijk naamwoord 1. bezorgd dat iemand iets zal overkomen De ongeruste echtgenoot zat al uren in spanning te wachten. Woordherkomst Afgeleid van gerust met het voorvoegsel on-. Antoniemen gerust

Lees verder
2018
2020-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ongerust

ongerust - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-ge-rust 1. bang dat een ander wat overkomt ♢ ik ben altijd ongerust als zij laat thuiskomt Bijvoeglijk naamwoord: on-ge-rust ... is ongeruster dan ... ...

Lees verder
1973
2020-12-01
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ongerust

bn. (-er, meest —), 1. geen innerlijke rust hebbend (wegens een bepaalde aanleiding), zorg hebbend, angstig, bekommerd: wees daar niet over; hij maakte zich — over mijn lange uitblijven; worden; 2. blijk gevend van bekommering: iemand met een ongeruste blik aanzien.

Lees verder
1898
2020-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ongerust

Ongerust bn. (-er, meest -), angstig, bekommerd : wees daar niet ongerust over; hij maakte zich ongerust over mijn lang uitblijven; — blijk gevende van angst: iem. met een ongerusten blik aanzien. ONGERUSTHEID, v.

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten