2019-09-22

ongenoegen

ongenoegen - Zelfstandignaamwoord 1. ontevredenheid Ondanks alle rijkdom is er toch nog een hoop ongenoegen in de samenleving. 2. ruzie, onenigheid, boosheid Er was altijd ongenoegen tussen de kinderen die het nooit mel elkaar eens waren. Woordherkomst antoniem van genoegen met het voorvoegsel on- Antoniemen genoegen Verwante begrippen boosheid, gramschap, kwaadhe...

Lees verder
2019-09-22

ongenoegen

ongenoegen - zelfstandig naamwoord uitspraak: on-ge-noe-gen 1. toestand van kwaad zijn op elkaar ♢ zij leven in ongenoegen met elkaar 1. zich iemands ongenoegen op de hals halen [zijn afkeuring] 2. je ongenoegen uiten [zeggen dat je het er niet mee eens bent]

Lees verder
2019-09-22

Ongenoegen

Ongenoegen o. (-s), onvergenoegdheid: elke stand in de wereld heeft zijn voordeelen en zijne ongenoegens; oneenigheid: zij hebben ongenoegen gekregen; met iem. in ongenoegen leven.

2019-09-22

Ongenoegen

zie Misnoegen.