Wat is de betekenis van ongehoord?

2019
2021-01-15
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ongehoord

ongehoord - Bijvoeglijk naamwoord 1. schandelijk, zo erg dat niemand ooit van zoiets gehoord heeft De ongehoorde wreedheid van de ditctaor werd overal besproken. Woordherkomst antoniem van gehoord met het voorvoegsel on- Antoniemen gehoord

Lees verder
2018
2021-01-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ongehoord

ongehoord - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-ge-hoord 1. zonder gehoord, of aangehoord te zijn ♢ de rechter heeft hem ongehoord veroordeeld 2. nooit eerder van gehoord, nooit eerder zo gezien ...

Lees verder
1973
2021-01-15
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ongehoord

(het accent wisselt), bn. en bw., 1. zonder gehoord (aangehoord) te zijn: iemand ongehoord veroordelen; 2. (-er, -st), nog nooit te voren gehoord, vernomen; zonderling, vreemd: dat is vreemd en ongehoord; 3. buitengemeen in zijn soort, altijd in ongunstige zin: een ongehoorde prijs vragen; zelfst.: dat is iets ongehoords.

Lees verder
1950
2021-01-15
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ongehoord

bn. bw., 1. zonder gehoord (aangehoord) te zijn : iem. ongehoord veroordelen ; 2. (-er, -st), nog nooit te voren gehoord, vernomen; zonderling, vreemd: dat is vreemd en ongehoord; 3. buitengemeen in zijn soort, altijd in ongunstige zin : een ongehoorde prijs vragen ; ongehoorde eisen ; — bw.: het boek is dan ongehoord langdradig: — ze...

Lees verder
1898
2021-01-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ongehoord

Ongehoord bn. bw. (-er, -st), zonder te hooren, aan te hooren : iem. ongehoord veroordeelen; — nog nooit te voren gehoord, vernomen; zonderling, vreemd : dat is vreemd en ongehoord; — buitengemeen in zijn soort, altijd in ongunstigen zin : een ongehoorden prijs vragen; wat zegt gij van dezen ongehoorden eisch; — bw. in buitengew...

Lees verder