Wat is de betekenis van Oneffen?

2026-06-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Oneffen

bn. (-er, -st), 1. ongelijk, ruw, hobbelig: die straat is zeer onef'fen, mocht wel opnieuw bestraat worden ; het ivandelen over on'effen heigronden; 2. (vero.) ruw, onwelvoeglijk : een on'effen woord; 3. (w. g.) oneven : ’t on'effen tal van de Muzen ; — (jag.) een on'effen achtender, een hert dat aan de ene zi...