Wat is de betekenis van ondraaglijk?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ondraaglijk

ondraaglijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet te verdragen, niet uit te houden Kinderen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden, moeten zelf kunnen vragen om euthanasie Woordherkomst antoniem van draaglijk met het voorvoegsel on- Antoniemen draaglijk Verwante begrippen...

Lees verder
2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ondraaglijk

ondraaglijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-draag-lijk 1. niet (goed) te verdragen ♢ de pijn is ondraaglijk 2. wat je niet uit kunt staan ♢ zij hebben zo'n ondraaglijke kapsones! ...

Lees verder
1998
2021-01-19
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Ondraaglijk

De -e lichtheid van het bestaan titel van een (verfilmde) roman (1984) van de Tsjechische schrijver Milan Kundera (geb. 1929). In de pers duiken er verschillende, al dan niet grappige, varianten van deze ondertussen gevleugelde uitdr. op, zoals: De ondraaglijke slechtheid van de mens. (Rita Kohnstamm: Het echte leven is geen meisjesboek, 1993) De...

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ondraaglijk

bn. en bw. (—er, —st), niet te verdragen: een ondraaglijke stank, hitte; dat maakte de Franse dwingelandij nog ondraaglijker; — warm; onuitstaanbaar: een — trotse familie.

1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ondraaglijk

bn. bw. (-er, -st), 1. niet te verdragen : een ondraaglijke stank, hitte ; dat maakte de Franse dwingelandij nog ondraaglijker; ondraaglijk warm; 2. onuitstaanbaar : zij had een ondraaglijke nuf kunnen worden; een ondraaglijk trotse familie.

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ondraaglijk

Ondraaglijk bn. bw. (-er, -st), niet te verdragen : een ondraaglijke stank; eene ondraaglijke hitte; dat maakte de Fransche dwingelandij nog ondraaglijker; het was gisteren ondraaglijk warm; (van pers.) onuitstaanbaar : zij had eene ondraaglijke nuf kunnen worden; hij heeft eene ondraaglijk trotsche familie. ONDRAAGLIJKHEID, v. (ook) (mv. ...heden)...

Lees verder