Wat is de betekenis van ondraaglijk?

2019
2022-07-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ondraaglijk

ondraaglijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet te verdragen, niet uit te houden Kinderen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden, moeten zelf kunnen vragen om euthanasie Woordherkomst antoniem van draaglijk met het voorvoegsel on- Antoniemen draaglijk Verwante begrippen...

Lees verder
2018
2022-07-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ondraaglijk

ondraaglijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-draag-lijk 1. niet (goed) te verdragen ♢ de pijn is ondraaglijk 2. wat je niet uit kunt staan ♢ zij hebben zo'n ondraaglijke kapsones! ...

Lees verder
1998
2022-07-07
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Ondraaglijk

De -e lichtheid van het bestaan titel van een (verfilmde) roman (1984) van de Tsjechische schrijver Milan Kundera (geb. 1929). In de pers duiken er verschillende, al dan niet grappige, varianten van deze ondertussen gevleugelde uitdr. op, zoals: De ondraaglijke slechtheid van de mens. (Rita Kohnstamm: Het echte leven is geen meisjesboek, 1993) De...

Lees verder
1973
2022-07-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ondraaglijk

bn. en bw. (—er, —st), niet te verdragen: een ondraaglijke stank, hitte; dat maakte de Franse dwingelandij nog ondraaglijker; — warm; onuitstaanbaar: een — trotse familie.

1950
2022-07-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Ondraaglijk

bn. bw. (-er, -st), 1. niet te verdragen : een ondraaglijke stank, hitte ; dat maakte de Franse dwingelandij nog ondraaglijker; ondraaglijk warm; 2. onuitstaanbaar : zij had een ondraaglijke nuf kunnen worden; een ondraaglijk trotse familie.

Lees verder
1937
2022-07-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

ondraaglijk

bn., bw. (niet te verdragen): een ondraaglijke stank; een ondraaglijke toestand; ondraaglijk warm, in hoge mate.

1898
2022-07-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ondraaglijk

Ondraaglijk bn. bw. (-er, -st), niet te verdragen : een ondraaglijke stank; eene ondraaglijke hitte; dat maakte de Fransche dwingelandij nog ondraaglijker; het was gisteren ondraaglijk warm; (van pers.) onuitstaanbaar : zij had eene ondraaglijke nuf kunnen worden; hij heeft eene ondraaglijk trotsche familie. ONDRAAGLIJKHEID, v. (ook) (mv. ...heden)...

Lees verder