Ondernemend
bn. (-er, -st), iets, bep. iets groots of moeilijks, durvende ondernemen, niet bevreesd om moeilijke of gevaarlijke zaken op zich te nemen, stoutmoedig : liefde, zegt men, maakt stout, ondernemend; de Watergeuzen waren van ieder gevreesd, ondernemend, stoutmoedig.