Wat is de betekenis van onbetrouwbaar?

2026-09-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Onbetrouwbaar

bn., niet betrouwd kunnende worden, waarop men zich niet...

2026-09-06
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

onbetrouwbaar

onbetrouwbaar - bijvoeglijk naamwoord uitspraak:...

2026-09-06
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Onbetrouwbaar

adj. & adv., net bi-, fortroud, ûnbitrouber; (van ijs), wrak.

2026-09-06
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

onbetrouwbaar

bn. (-der, -st), waarop men zich niet verlaten kan, niet te...

2026-09-06
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Onbetrouwbaar

bn. niet betrouwd kunnende worden, niet te betrouwen : het...

‘onbetrouwbaar’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.