Wat is de betekenis van Onbeschoft?

2019
2021-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onbeschoft

onbeschoft - Bijvoeglijk naamwoord 1. op grove wijze de regels van hoffelijkheid en respect schendend Die onbeschofte rekel komt er niet meer in. Woordherkomst Afgeleid van beschoft met het voorvoegsel on-

Lees verder
2018
2021-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onbeschoft

onbeschoft - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-be-schoft 1. ruw en onbeschaafd ♢ het is onbeschoft om daar zo binnen te stormen Bijvoeglijk naamwoord: on-be-schoft ... is onbeschofter dan ... ...

Lees verder
1980
2021-11-29
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Onbeschoft

De woorden onbeschaafd: waar de schaaf niet overgegaan is en onbehouwen: steen die nog niet behakt is, zijn duidelijker dan onbeschoft dat niet is gevormd van het zelfstandig naamwoord schoft: schouder. Dit woord schoft komt namelijk ook voor in de betekenis: schurk en men neemt aan dat dit en andere woorden met schzoals schavuit en schoelje de bet...

Lees verder
1973
2021-11-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

onbeschoft

bn. en bw. (-er, -st), lomp, grof, ruw in manieren, ongemanierd, brutaal: zijn onbeschofte woorden hebben mij boos gemaakt; onbeschofte taal.

1952
2021-11-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Onbeschoft

adj. & adv., ûnbiskoft(ich) bot, rou; — persoon, buffel, grobbert.

1950
2021-11-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Onbeschoft

bn. bw. (-er, -st), lomp, grof, ruw in manieren, ongemanierd, brutaal: een onbeschofte vreemdeling; zijn onbeschofte woorden hebben mij boos gemaakt; onbeschofte taal; — zij lacht u onbeschoft uit.

1937
2021-11-29
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

onbeschoft

bn., bw. (lomp, grof, ruw in manieren; grof-brutaal, beledigend).

1898
2021-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onbeschoft

bn. bw. (-er, -st), lomp, grof, ruw in manieren en gedragingen, ongemanierd, brutaal, beleedigend: een onbeschofte vreemdeling; zijne onbeschofte woorden hebben mij boos gemaakt; -onbeschofte taal; — bw. van wijze, op eene onbeschofte wijze: zij lacht u onbeschoft uit. ONBESCHOFTHEID, v. hoogste graad van onbeleefdheid, grofheid, beleedigende...

Lees verder
1898
2021-11-29
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Onbeschoft

zie Lomp.