Wat is de betekenis van onberispelijk?

2019
2020-11-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onberispelijk

onberispelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. waarop geen aanmerking te maken valt Zijn presentatie was niet onberispelijk, maar zijn voordracht viel toch in goede aarde. Woordherkomst Afgeleid van berispelijk met het voorvoegsel on-

Lees verder
2018
2020-11-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onberispelijk

onberispelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-be-ris-pe-lijk 1. wat met veel zorg of aandacht gebeurt ♢ zij is altijd onberispelijk gekleed 2. zonder fouten ♢ hij heeft de woorden onberisp...

Lees verder
1898
2020-11-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onberispelijk

bn. bw. (-er, -st), geenerlei aanleiding gevende tot eenige berisping: (bijb.) God is een verschrikkelijk, onberispelijk en rechtvaardig rechter; op het papier is hij een onberispelijk man, maar in den omgang onuitstaanbaar; een onberispelijk leven leiden; een mond die onberispelijk was evenals de ronding der kin; zijn hoed was altijd onberispelijk...

Lees verder