Wat is de betekenis van Onbekrompenheid?

1950
2021-01-24
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

1898
2021-01-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onbekrompenheid

v. mildheid, vrijgevigheid : de vorstelijke onbekrompenheid van den gastheer; ruimheid of flinkheid van handeling of bedoeling (het tegenovergestelde van kleingeestigheid): de onbekrompenheid van al zijne handelingen had hem de algemeene achting verworven.