Wat is de betekenis van onbekrompen?

2019
2020-11-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onbekrompen

onbekrompen - Bijvoeglijk naamwoord 1. gul, royaal Hij gaf zijn jarige dochter een onbekrompen cadeau. Woordherkomst Afgeleid van bekrompen met het voorvoegsel on-

Lees verder
1898
2020-11-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onbekrompen

bn. bw. (-er, -st), niet bekrompen, ruim, overvloedig: eene onbekrompen beurs; eene onbekrompen inrichting, waarbij men op geen kosten gezien heeft; — eene onbekrompen denkwijze, niet kleingeestig; — onbekrompen leven, waarbij men in ’t geheel geen geldzorgen kent.

Lees verder
1898
2020-11-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Onbekrompen

zie Breed.