Wat is de betekenis van onafgebroken?

2019
2022-05-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onafgebroken

onafgebroken - Bijwoord 1. zonder te stoppen De jongen was onafgebroken aan het fluiten. Woordherkomst Afgeleid van afgebroken met het voorvoegsel on-

Lees verder
2018
2022-05-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onafgebroken

onafgebroken - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-af-ge-bro-ken 1. de hele tijd ♢ ze zat onafgebroken naar me te staren Bijvoeglijk naamwoord: on-af-ge-bro-ken Synoniemen chronisch, continu, doorlopend, gedurig, permanent, permane...

Lees verder
1973
2022-05-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

onafgebroken

(het accent wisselt), bn. en bw., 1. niet afgebroken, aaneengeschakeld, doorlopend: 40 jaar on’afgebroken dienst; een on’afgebroken reeks van ongelukken; 2. zonder tussenpoos, voortdurend, aanhoudend: zijn rust was onaf’gebroken en verkwikkend.

Lees verder
1952
2022-05-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Onafgebroken

adv., sûnder ophâlden, oan ien tried wei.

1950
2022-05-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Onafgebroken

bn. bw., 1. niet afgebroken, aaneengeschakeld, doorlopend: een onafgebroken reeks van oplettendheden, van ongelukken; 2. zonder tussenpoos, voortdurend, aanhoudend: zijn rust was onafgebroken en verkwikkend; — bw., onafgebroken waren zijn ogen op haar gevestigd.

Lees verder
1937
2022-05-21
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

onafgebroken

bn., bw. (aaneengeschakeld, aanhoudend): een onafgebroken worsteling; men roerde onafgebroken de trom.

1898
2022-05-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onafgebroken

Onafgebroken bn. bw. niet afgebroken, aaneengeschakeld, doorloopend: eene onafgebroken reeks van oplettendheden; eene onafgebroken reeks van rijtuigen; — zonder eenige tusschenpoos voortdurend, aanhoudend: mocht zijne slaapstede ook niet zacht zijn, toch was zijne rust onafgebroken en verkwikkend; — bw. zonder tusschenpoozen, aanhouden...

Lees verder
1898
2022-05-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Onafgebroken

zie Aanhoudend.