Wat is de betekenis van onaangenaam?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onaangenaam

onaangenaam - Bijvoeglijk naamwoord 1. een negatief gevoel oproepend Dit was een onaangename ervaring. Woordherkomst Afgeleid van aangenaam met het voorvoegsel on- Synoniemen onplezierig, onprettig Antoniemen aangenaam

Lees verder
2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onaangenaam

onaangenaam - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-aan-ge-naam 1. waar je een vervelend gevoel bij krijgt ♢ er viel een onaangename stilte Bijvoeglijk naamwoord: on-aan-ge-naam de/het onaangename ... ...

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

onaangenaam

bn. en bw. (-namer, -st), 1. niet aangenaam, onbehaaglijk: een gevoel; een onaangename smaak in de mond hebben; 2. een onbehaaglijke indruk makend, niet prettig in de omgang, stuurs: hij is een zeer — mens; iemand met een karakter; dat is voor ons hoogst —; hinderlijk, verdrietig: de onaangename gevolgen; iemand zijn, mishagen, resp. z...

Lees verder
1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Onaangenaam

bn. bw. (...namer, -st), 1. niet aangenaam, onbehaaglijk: een onaangenaam gevoel; een onaangename smaak in de mond hebben; 2. een onbehaaglijke indruk makende, niet prettig in de omgang, stuurs, hij is een zeer onaangenaam mens; iem. van een onaangenaam karakter; — hinderlijk, verdrietig: de onaangename gevolgen; &mdash...

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onaangenaam

Onaangenaam bn. bw. (...namer, -st), niet aangenaam, onbehaaglijk: een onaangenaam gevoel; een onaangenamen smaak in den mond hebben; — een onaangenamen indruk makende: hij is een zeer onaangenaam mensch; iem. van een onaangenaam karakter; de onaangename gevolgen; — zich bij iem. onaangenaam maken, door zijn gedrag iemands gunst verbeur...

Lees verder